donderdag 26 november 2015

Sterke Jelle



Het kalfje heeft bij de moeder gedronken. Heel gewoon, zal je denken, maar dat is het niet. Kalfjes worden zo snel mogelijk bij de koe weggehaald en in een iglo ondergebracht. Een iglo is overigens geen ijzige behuizing, maar een klein, wit hokje gevuld met stro. Precies goed voor één kalfje. Kalveren vinden het prettig zich onder een dak terug te kunnen trekken.

Ze vinden het waarschijnlijk minder prettig zonder moeder te zijn, maar dat weten we niet zeker: met het alternatief hebben ze immers geen ervaring. De moeder heeft zich nog niet aan het kalf kunnen hechten en mist het niet. Maar ook dat blijft natuurlijk gissen.

‘Kan dat niet anders?’ vroeg ik aan mijn boer, toen ik deze praktijk voor het eerst meemaakte.
‘Nee, het is niet te doen kalveren tussen de koeien te laten lopen. Ze lopen in de weg, bijvoorbeeld als je wilt melken en ze drinken de melk die wij willen verkopen. Bovendien kunnen de koeien en kalveren elkaar met allerlei ziektes besmetten. Als je ze apart zet, heb je dat risico niet.’
‘Ik vind het zielig.’
‘Sommige boeren, en dat zijn er heel weinig, halen kalveren pas na een paar dagen bij de moeder weg. Dat is ook zielig, want dan zijn ze aan elkaar gehecht.’

Dit kalf, ik noem hem Jelle, protesteert met luid gebald, als mijn boer hem in een kruiwagen zet en naar zijn iglo rijdt. Hij wil er ook niet in en worstelt met verbazingwekkend veel kracht. Mijn boer doet voor de zekerheid een touw om de iglo.

Een uurtje later: waar is Jelle? Nergens te vinden. Hoe is het mogelijk! Mijn boer zoekt tevergeefs, maar als hij achter de stal loopt, ziet hij iets in de sloot. Het is het zwart-witte kopje van de jonge Houdini. Mijn boer trekt hem uit de sloot en brengt hem weer naar zijn iglo. Daar wrijft hij het beestje droog met wat stro. Nou heeft Jelle niet zoveel praatjes meer. Hij moet even bijkomen van zijn avontuur.

Aan tafel vertelt mijn boer over Jelle. Sterke Jelle. ‘Het zou toch mooi zijn als we een manier konden vinden, waarop kalveren wel bij de koe kunnen drinken,’ peinst hij luid op, ‘ze worden er wel sterk van.’

Nu krijgen kalveren de eerste drie dagen biest uit een fles. Biest is de melk die koeien drie dagen produceren, nadat ze gekalfd hebben. Het is een gele, romige vloeistof, boordevol voeding en antistoffen. Zonder biest geen gezonde kalveren. Na drie dagen krijgen ze melk gemaakt van poeder aangelengd met water. Dit poeder is goedkoper dan de melk van onze koeien, vandaar.

Kalveren die gewend zijn bij de moeder te drinken, vinden het later moeilijk aan een plastic speen te zuigen. Het is een heel gedoe ze dat te leren. Gelukkig is Sterke Jelle een uitzondering. Krachtig drinkt hij zijn buikje vol.

Het is jammer dat hij een stiertje is, want nu mag hij niet blijven. Hij zal immers nooit melk geven en van fokstieren heb je er maar weinig nodig. Als de veekoopman komt, wordt hij meegenomen naar een kalvermesterij. Hier worden stierkalfjes gemest voor een overwegend Zuid-Europese markt. De kans is groot dat onze Sterke Jelle eindigt als Italiaanse delicatesse.

Ik hoop maar dat hij met smaak wordt opgegeten.

Groentje


woensdag 4 november 2015

De Ledenvergadering



Boeren verkopen hun melk niet zelf aan de supermarkt. Dat doet de coöperatie voor hen. Bijna alle melkveehouders zijn er bij één aangesloten. Ze hebben daarbij een flinke vinger in de pap, want zij zijn immers de eigenaren. Mijn boer oefent zijn invloed zelfs uit als districtsraadslid. Reden genoeg voor mij, om eens een kijkje te nemen bij een ledenvergadering.

Hij is meteen druk in gesprek, dus ik kies een willekeurig tafeltje. Tussen de koffiekopjes staat een vlaggetje met het logo van de melkcoöperatie er op. De zaal stroomt vol. Ik zie voornamelijk mannen en ze lijken elkaar allemaal te kennen. Spijkerbroeken met ruitjesoverhemden voeren de boventoon. Even vraag ik me af waarom mijn boer een colbertjasje draagt, maar dan zie ik dat alle bestuurders die dragen. Ook hier bestaat een rangorde.

Er komt er een oudere dame binnen. Ze kijkt zoekend rond. Zodra ze mij in het vizier krijgt, stevent ze op me af. Omdat ik een vrouw ben, vermoed ik.

Waarom ik aan deze vergadering deelneem, wil ze weten.
‘Ik ben zelf geen lid,’ zeg ik. ‘Maar de coöperatie is erg belangrijk voor mijn vriend.' En ik knik naar mijn boer.
Woon ik op de boerderij, is de volgende vraag. We wisselen personalia uit en zoeken net zolang, totdat we een link met elkaar gevonden hebben. Haar broer blijkt getrouwd met een vrouw, die weer de zus is van een vriend van ons. Voilà, de basis voor vertrouwelijkheid is gelegd.
‘Mijn man kon vanavond niet komen en daarom ben ik er,’ legt ze uit.

Dan is het tijd voor een promotiefilm. De beelden proberen een verband te leggen tussen ons, in dit dorpshuis  te Tytsjerksteradiel en de wijde wereld. We zien glimlachende Chinezen met dikke kleuters aan de hand en gelukkige Afrikaanse gezinnen. Hun glanzende kindjes hebben witte snorren van de melk. Steeds zoeft de camera, begeleid met een opzwepend muziekje, over de globe, naar weer een ander continent. Overal zijn ze blij met ons prachtige product.

De sfeer in de zaal verandert. We zwellen van trots. Wij leveren een bijdrage aan de gezondheid van de wereldbevolking, aan de oplossing van het voedselvraagstuk! Ik heb hierbij wel een aantal bedenkingen, maar om de pret niet te bederven, houd ik die voor me.

Van de trotse, brede blik op de wereld blijft helaas weinig over, als we het tweede agendapunt behandelen. De coöperatie stelt voor alle kalveren binnen 24 uur, verplicht te blikken.

Dat betekent dat het kalf dan al, zo’n geel plastic kaartje met een identiteitsnummer er op,  in het oor moet krijgen. Achterliggende gedachte is, dat de boeren zo minder kunnen sjoemelen. Dat doen ze nu blijkbaar, om kalveren wat groter te kunnen verkopen. Grotere kalveren brengen namelijk meer op. Soms is het echter weer lonend om zwakke diertjes eerder van de hand te kunnen doen. Deze speelruimte staat nu op het spel.

Er ontstaat een verhitte discussie met veel gegrom en rode hoofden. Uiteindelijk besluit de voorzitter aan het bestuur terug te koppelen dat er in dit district ‘ernstige bezwaren leven, met betrekking tot deze voorgenomen maatregel.’

De toon is echter gezet en het wordt pas weer gezellig als er bier met broodjes beenham, wordt geserveerd.

‘Wat een ellende dat er overal regeltjes voor moeten worden bedacht,’ moppert mijn boer als we door de nacht naar huis rijden, ´De hele avond is verspild aan bureaucratisch gezeur. Waarom kunnen de meeste mensen niet verder denken dan hun neus lang is?´
‘Tsja, ze denken eerst aan hun eigen belang. Het is welbeschouwd een wonder dat er coöperaties bestaan,’ probeer ik te relativeren.

Dan klinkt Queen uit de radio en om ons af te reageren, zingen we luidkeels mee:

I want it all,
I want it all
and I want it now!


Groentje