woensdag 19 april 2017

Die boeren!




‘Wat ben je toch een boer!’

Is dit een compliment of een belediging?

Een domme vraag. Als iemand je voor boer uitmaakt, is dat bijna nooit vriendelijk bedoeld. Ik woon sinds anderhalf jaar op een boerderij, maar toch borrelt er, zelfs bij mij, wel eens een scheldwoord op waarmee boeren door  het slijk worden gehaald.

Dat slik ik dan natuurlijk zo snel mogelijk weer in, maar er liggen meer mijnen verstopt in het maatschappelijk leven, als het gaat om respect voor de boerenstand.

Mijn zussen, bijvoorbeeld, drinken nauwelijks melk meer, want: ‘Dat is zielig voor de stierkalfjes. Die worden als bijproduct zo snel mogelijk af gemest. En sojamelk is trouwens veel gezonder,’ beweren ze.

Ik schiet dan in de verdediging: ‘Onze melk is een prachtig natuurproduct, dat niet ongezond kan zijn. En die stiertjes, die zijn inderdaad maar een kort leven beschoren, maar hoe erg is dat nu helemaal?’

Eerlijk gezegd, weet ik niet precies wat er met die stiertjes gebeurt, nadat de veehandelaar ze ophaalt. Ook heb ik nog geen bevredigend antwoord op de vraag, of kalfjes niet langer bij hun moeder kunnen blijven, dan nu het geval is. Sommige boeren houden hun kalveren wel bij de moeder, maar dat schijnt weer emotionele crisissen te veroorzaken, wanneer na een langere hechting, het kalf alsnog weggehaald moet worden.

Zuivelcoöperatie Friesland Campina geeft boeren voordelen, als ze oudere koeien hebben. Het idee hierachter is, dat de consument negatief staat tegenover het feit dat koeien naar de slacht gaan, zodra ze minder produceren. Daar had ik nog nooit bij stil gestaan. Ik vind het eigenlijk wel logisch dat een boer geen koeien aanhoudt, voor bewezen diensten.

Zo kan ik nog wel even doorgaan. Er zijn veel onduidelijkheden. Ook ik, de kersverse boerin, moet nog veel uitzoeken, om een positie in het debat te kunnen innemen. Hoewel, debat? Ik ben me veel af gaan vragen, sinds ik op de boerderij woon, maar krijg ik veel vragen uit mijn persoonlijke omgeving?

Mijn ‘bewuste’ zusjes, overige familieleden en vriendinnen, vragen me nooit naar onze bedrijfsvoering. Ze tonen geen belangstelling voor de keuzes die we maken, als het gaat om dierenwelzijn en milieu. Is dat uit gebrek aan nieuwsgierigheid, of willen ze me niet in verlegenheid brengen? Als ik, op mijn beurt, boeren vraag, waarom ze bijvoorbeeld de koeien niet weiden, krijg ik een afwerende reactie. Meestal in de trant van: waar bemoei je je mee.

Ik vind dat iedereen zich met de boeren moet bemoeien. En de boeren moeten zich in hun medemensen en in de andere levende wezens om hun heen, verdiepen.

Waarom?

Als ik uit het raam kijk, zie ik ons weiland. Maar eigenlijk is het niet alleen van ons. Het is de leefwereld van allerlei vogels en dieren. Daarnaast vormt het ook nog het landschap. Allerlei mensen kijken er op uit, fietsen er doorheen, wandelen er in, of ergeren zich er aan.

Maar het allerbelangrijkste is dat landbouw over eten gaat. En je bent wat je eet, nietwaar?


Mensen die dat ontkennen, die zijn pas dom.


Groentje

Feestje



Ik rijd terug van een feestje en luister naar de radio. Het gaat over de kabinetsformatie. Plotseling zie ik witte vlekken in het schijnsel van mijn koplampen. Het duurt even voor ik me realiseer dat het pinken zijn. Ze zijn ontsnapt uit de stal en nu op weg naar het dorp. En de snelweg.
Nee! denk ik, nee hé! Ik heb zo’n zin om nog even op de bank te liggen. Een laatste glaasje wijn. Beetje zappen.

Mijn boer is al lang in diepe rust en moet morgen om vier uur melken. Ik daarentegen, kan uitslapen en heb de hele avond plezier gemaakt. Het lijkt daarom niet meer dan fair, dat ik deze klus ga klaren. Alleen gaat me dat echter nooit lukken, maar misschien kan onze medewerker helpen? Ik zag bij hem nog licht branden.

Even later rennen we gezamenlijk achter het vee aan.
Wie denkt dat koeien suffe dieren zijn, heeft het mis. En dan zijn pinken natuurlijk ook nog de pubers onder de koeien. Ze maken er vannacht in ieder geval een feestje van: lekker door de bosjes rauzen, met een clubje heel intimiderend richting spoorwegovergang hollen, op de kuilbult klimmen, het kan niet op.

Misschien dat Holstein Friesians (HF's) makker zijn? 
(HF is in Nederland verreweg het meest voorkomende koeienras, omdat dit type wereldkampioen melkproductie is.)

Ik vraag het me af, omdat dit allemaal drie-weg-kruisingen zijn:  Holsteins Friesians gekruist met Blaarkoppen, maar soms ook met Jersey of Brown Swiss. 

Kruisingen zijn taaier en hebben minder zorg nodig dan raszuivere dieren. Ik vind ze ook mooier: niet zo knokig als HF's en ze hebben prachtige koppen, met heel eigen  gezichtsuitdrukkingen. Ze zijn een fascinerende mengelmoes.

Eigenlijk zien ze er modern multi-culti uit en daar houd ik van. Dat is ook de reden waarom ik deze formatie  zo spannend vind: de meeste mensen voelen dat anders, die vinden verscheidenheid maar lastig.

Dan zie ik een pink, helemaal alleen, het weiland inrennen. Ze wordt al gauw door het donker opgeslokt.
‘Waarom blijf je niet bij je soortgenoten?’ foeter ik luidop: ‘Je bent een kuddedier verdorie! Wilders zou wel raad weten met jou. Rutte trouwens ook. Doe normaal!’

Op hetzelfde moment stap ik met mijn suède hakjes in een drekpoel. Het koude water bekruipt mijn voeten en mijn hoofd duizelt, hoewel ik toch echt maar twee drankjes heb gehad.

Wilders heeft trouwens ook wat van een kruising. Ha! Die gedachte vrolijkt me weer op: het is ook allemaal zo bizar. Daarbij: deze pinken zijn gewoon uit hun doen, kruising of niet.
‘Heu heu!’ roep ik en keer, net op tijd, een lichtbruin exemplaar, met opvallend schuine ogen.

Uiteindelijk krijgen we alle dieren op stal. Ik ben doodmoe en ga meteen naar bed.
‘Leuk feestje?’ mompelt mijn boer, als ik bij hem onder de wol kruip.

‘Ja hoor, dolle pret,' zeg ik, druk een kus op zijn achterhoofd en knip het licht uit.


Groentje