dinsdag 30 mei 2017

Grasmaaien



‘Foekje, wat doe jij daar!’
Onze merrie staat voor de schuifpui en kijkt naar binnen.
Dan ontwaar ik nog drie paarden. Op mijn nette gazon! Het zal de bedoeling zijn, want iemand heeft de tuin met een schrikdraad afgebakend. Waarschijnlijk mijn boer. Ik bel hem meteen op.
‘Waarom lopen de paarden in de tuin?’ steek ik van wal, ‘Ze ruïneren de grasmat!’
‘Het moest toch gemaaid? Nu heb je vier grasmaaiers.’

Dit speelde vorig jaar en om herhaling te voorkomen, neem ik vandaag zelf plaats op de zitmaaier. Deze zomer zal ik het gras maaien en reken maar dat de tuin er straks mooi bij ligt! Ik draai aan de sleutel van het contact, om de motor te starten.
Niets.
De accu is leeg.
Ik bel mijn boer.
‘Ik kan nu echt niet komen,’ zegt hij, ‘Ik moet zelf nog tien hectare maaien.’
‘Ja, dat snap ik, maar dit gras moet er ook af, anders komen we er straks niet meer door.’
‘Ik stuur wel even iemand.’
Voor mijn boer heeft de tuin geen prioriteit.

Maar een uur later komt er toch een medewerker met accuklemmen en die heeft de zitmaaier zo aan de praat. Tevreden tuf ik door de tuin en maai mooie rechte strookjes. Dan kom ik op een hobbelig gedeelte. Dat komt nog van de paarden natuurlijk. De maaier stokt en ik geef gas. Opeens ben ik omgeven door rook en ruik ik een schroeierig luchtje. De motor pruttelt vreemd en ik geef nog eens gas.
‘Pfrrrrrrt.’
En er is geen beweging meer in het ding te krijgen.

’s Avonds neemt mijn boer de schade op.
‘Wat heb je gedaan?’
‘Niks. Gewoon gemaaid.’
‘Ja, ja.’ Hij keert de machine om, draait aan wat knopjes en moertjes en start de motor.
‘Ik maai het gras wel. Jij hebt er gewoon geen gevoel voor,’ zegt hij en zonder verder nog naar me om te kijken, begint hij cirkels te maaien.
‘Jij hebt immers nooit tijd!’ roep ik hem toe, ‘en die maaimachine deugt niet.’ Boos loop ik het huis in. Plotseling is het stil en dan hoor ik mijn boer schelden. Een stukje schrikdraad van vorig jaar is in de machine gekomen.

De volgende ochtend kijk ik mismoedig naar de strepen en cirkels. De tuin lijkt wel een landingsbaan voor ufo’s en mijn boer is nergens te bekennen.
Ik zit net met mijn vriendin op het terras, als ik een zware motor hoor. Tot mijn verbijstering komt onze 150 Pk Johnny de hoek om. Mijn boer, hoog in de glazen cabine, zwaait naar ons, laat de frontmaaier zakken en begint met oorverdovend geraas te maaien.

‘Pas op voor de appelboom!’ roep ik en spring overeind, ‘En de rozen. De perenboom. De heg!’ Hij hoort me natuurlijk niet, dus ik ren heen en weer om met gebaren de schade te beperken.
Als hij en het gevaarte verdwenen zijn, zijg ik neer op de bank. Met hartkloppingen. Mijn vriendin kijkt van mij naar de tuin en weer terug.
‘Nou ja, het gras is gemaaid,’ zegt ze en schenkt een kop koffie voor me in.


Groentje




dinsdag 9 mei 2017

Aan de wandel



‘Dat rode kalf is weer aan de wandel. Geen idee waar het uithangt,’ zegt mijn boer.

Sinds we de kalveren drie dagen bij hun moeder laten en daarna nog een dag of tien bij de zorgkoeien, moeten we er vaak één zoeken. We zijn eigenlijk nog niet ingericht op deze nieuwe kalver opfok, maar aan de andere kant hebben we nog nooit zulk best jongvee gehad.
Normaal worden kalfjes bij de moeder weggehaald en krijgen ze biest uit een fles. Wij experimenteren nu met andere manieren. 

Het is bedrijfstechnisch heel onhandig als ze lang bij de moeder blijven, daarom schakelen we de zorgkoeien in.
Dat zijn koeien die vanwege hun gezondheid extra zorg nodig hebben en daarom apart gezet zijn. Nu blijkt dat deze koeien graag als pleegmoeders optreden en de kalfjes er geen problemen mee hebben, ook bij hun drinken. Al gaat er natuurlijk niets boven hun eigen moeder…

‘Ik zal ook even rondkijken,’ zeg ik, ‘Weet je trouwens hoe het heet? Dat vind ik leuk om te weten.’
Mijn boer kent het nummer van het beestje inmiddels uit zijn hoofd en kijkt in de speciale app voor koe gegevens op zijn mobiel.
‘Durkje.  Elf dagen oud. De moeder is van het jersey ras. Ze is een nazaat van de koe die ik naar onze toenmalig buurmeisje heb vernoemd.’

Ik vind het altijd grappig dat de namen van onze koeien een beeld geven van de vrouwen in ons leven. Ik ben zelf ook vernoemd,  in de tijd dat mijn boer verliefd op me werd. Hij durfde het niet te vertellen toen dat kalfje dood ging en gaf een volgend kalfje weer mijn naam. Dat is gelukkig de moeder van vele Groentjes geworden.

Maar terug naar Durkje. Met het daadwerkelijk gebruiken van haar naam, is ze een echte persoonlijkheid geworden.
Als ik over het erf loop, kijk ik tevergeefs naar haar uit. Een medewerker is klaar met het klauw bekappen van een tiental koeien (een soort pedicure) en ik bied aan deze naar de rest van de koppel te brengen. Het regent pijpenstelen, daarom trek ik snel een cape over mijn overall.  De koeien kan de regen niet deren. Opgewekt stappen ze voort. 
Als we bij het oversteekpunt van de openbare weg komen, hoor ik opeens een kinderstemmetje:

‘Mamma kijk. Een Sinterklaasherder.’
Een peuter in kinderzitje wijst naar mij. Haar moeder is van de fiets gestapt vanwege onze oversteek. Opeens ben ik me bewust van mijn vieze kleren, druipende haren en de knalrode, met stront besmeurde, regencape. Zo vertoon ik me liever niet in het openbaar.
‘Dag,’ zeg ik tegen het tweetal, ‘Lekker weertje he?’ en wend me dan snel weer tot de koeien, maar die rennen al naar hun vriendinnen en familieleden.
‘Zijn dat jouw koeien?’ vraagt het kindje.
‘Ja.’
‘Wat een prachtig gezicht, zoveel bij elkaar,’ zegt de moeder.
‘Sorry voor de overlast,’  reageer ik.
‘Geeft niks hoor. Geweldig toch dat dit kan. Échte koeienpoep aan onze wielen!’

Blij met deze leuke reactie loop ik het weiland weer in.
Daar wacht me een verrassing, want tussen de poten van een jersey koe zie ik een roodbont kalfje: Durkje!
Ze moet vanmorgen uit het hok met de pleegmoeders gekropen zijn en met de kudde meegelopen, haar eigen moeder achterna. Zeker twee kilometer! Zo sterk is dus de band tussen moeder en kind. Wat jammer dat wij mensen zo vaak tussen beide komen, pieker ik.

Dartel springt Durkje mijn kant op. Zo fit als een hoentje.

Maar deze Sinterklaasherder wordt er toch een beetje verdrietig van.


Groentje