maandag 11 september 2017

Hoeveel kip gaat er in een advocaat?



‘Ik bel de advocaat!’
‘Dat zou ik niet doen, ik heb ze al gebeld en één telefoontje kost gauw € 45,-
Gisteren hebben ze hier een uurtje gezeten, om te brainstormen. Dat betekent dat ze €150,- in rekening kunnen brengen, zonder dat ze met iets zinnigs hoeven te komen.’
‘Ze waren ook nog met twee man,’ somber ik, ‘Betekent dat een dubbel tarief?’
‘Ik weet het niet,’ zegt mijn boer, ‘misschien moet ik daar over bellen.’
‘Nee!’ roep ik verschrikt.

Als ik later over het erf loop, denk ik na over dit gesprek. Ongelofelijk dat sommige mensen zulke bedragen kunnen vragen voor hun tijd.
Dan hoor ik een luid gekakel. Het klinkt alsof onze hond Jouke de kippen heeft ontdekt. Het moest er eens van komen. Ik ren naar achteren en als ik bij het kippen aankom, zit Jouke pontificaal tussen het gevogelte. Hij kijkt me schijnheilig aan, de tong uit zijn bek. Argwanend kijk ik rond. Nergens veren of een amechtige kip.

Graskippen zijn het. Ze doen zich tegoed aan de larven en wormen in de koeienvlaaien en voeden op hun beurt het gras weer, met hun mineraalrijke uitwerpselen. Als ze zich rond gegeten hebben, verkopen we ze voor de slacht. De kippen wonen in een hok op wielen, dat elke dag wordt verplaatst naar de plek waar de koeien een paar dagen daarvoor het gras ‘maaiden’. Ze kunnen vrij in en uit scharrelen.

Ik kijk naar de vredig tokkende beesten.

Dan komt Jos, de accountmanager pluimvee, een kijkje nemen en omdat ik in een financiële modus zit, praten we over het kostenplaatje.

‘Deze kippen krijgen perfect uitgebalanceerde bijvoeding,’ zegt Jos. ‘Het is exact afgestemd op hun behoefte. Graskippen zijn niet voor eieren. Dus daar hoeven ze geen bouwstoffen voor. Ze krijgen wel stoffen voor de opbouw van hun skelet. Deze dieren moeten immers kunnen rondlopen.’
‘Zijn er dan ook kippen die geen bouwstoffen voor hun skelet krijgen?’
‘Ja natuurlijk. Dat zijn de gewone vleeskippen. Die hebben geen ontwikkelde botten nodig, omdat ze al na zo’n zes weken geslacht worden.’
‘Echt?’
‘Ja. De marge op één kip is klein, maar een paar cent, dus je streeft altijd naar optimale voerefficiëntie. Je hebt ook niks aan een paar vleeskippen. Pas met meer dan 80.000 begin je een beetje te verdienen.’
‘Niet het inkomen van een advocaat vermoed ik.’
‘Nee, van een kippenboer,’ lacht Jos, ‘Dat is iets heel anders.’

Tot zo ver de waarde of de waardigheid van een kip!
Hoeveel kippen kunnen er wel niet in een juridisch advies, vraag ik me af. Er begint er eentje in de neus van mijn laars te pikken.

‘Je meent heel wat,’ mompel ik tegen de vogel, ‘maar al betaal je met je leven, je bent nog geen juridische belminuut waard.’
Hij kijkt me aan met een scheve kop, alsof hij wil zeggen: jij bent gek. En hij heeft gelijk: het is te gek voor woorden.


Groentje

Geen opmerkingen:

Een reactie posten