woensdag 6 december 2017

Lang leve de Vooruitgang!





Hooggeëerde gast aan onze koffietafel is vandaag Bauke Blabber.
‘Ook een kopje koffie meneer Blabber?’ vraag ik vriendelijk.
Grote hilariteit.
‘Hij heet anders. Ik noem hem zo, omdat hij altijd de sloten voor mij blabbert,’ lacht mijn boer.
Er verschijnen nog meer vraagtekens boven mijn hoofd.
‘Blabberen is geen echt woord. Bauke heeft een fantastische machine die de troep in de sloot opzuigt en in één moeite door over het land sproeit. Ik noem dat blabberen.’

Het is weer de tijd van hekkelen en baggeren. De boeren zijn verplicht voor één november hun sloten schoon te hebben. Als ik de stroopwafels ronddeel, horen we een helikopter. Nieuwsgierig lopen we naar het raam.
‘Dat is Het Waterschap,’ zegt mijn boer tegen mij, ‘ Vroeger kwam de schouwcommissie langs om te controleren of alle sloten in orde zijn, nu vliegt ze over. ‘
Dan gaat het gesprek verder over welke sloten Bauke nog moet doen.

Ik denk aan de verhalen over mijn opa. Hij was boerenarbeider. In de herfst moest hij kilometers sloot handmatig hekkelen. Vaak in de stromende regen en een regenpak had hij niet. Met een grote hark trok hij de wirwar aan waterplanten op de kant. Meter na meter. Dag in dag uit. Bauke zit lekker warm, met een muziekje aan, in zijn cabine.

‘Het is nu toch veel gemakkelijker dan vroeger,’ peins ik luidop.
Dit is voor de mannen het sein, om enthousiast te vertellen over wat de machines van tegenwoordig allemaal kunnen:
‘Ik weet nog dat mijn vader, toen ik klein was, extra vroeg opstond. “Ik ga vandaag De Grote Dertiene en De Elve maaien,” kondigde hij dan plechtig aan. Die percelen waren samen negen hectare. Dat maai ik er nu binnen twee uur af!’
‘Tsja, de maaier van mijn vader was één meter vijfendertig, terwijl die van mij nu zes meter breed is.’
‘Het loonbedrijf werkt met maaiers van negen meter!’
‘Is dat vooruitgang?’ vraag ik. ‘Hebben jullie het minder druk?’

Ik weet het antwoord al: ondanks alle technologische ontwikkelingen krijgen boeren steeds meer werk. Fysiek minder zwaar misschien, maar toch. En om Bauke zo efficiënt mogelijk door te kunnen laten blabberen, rent mijn boer heen en weer om de hekken open en dicht te doen.

Ik herinner me een gesprek met een oude Groninger. Die had  zijn hele leven als boerenarbeider geploeterd. Maar door allerlei nieuwe wetgeving kon hij uiteindelijk een autootje kopen. Ook kreeg hij steeds meer vrije tijd. Hij vertelde me dat hij op een dag, met het hele gezin, in die auto ging toeren. Ze hadden het grootste plezier en reden langs de velden van zijn werkgever. Toen kregen ze de boer in het oog: die was aan het werk. Terwijl zij vrij waren!

‘Het was de mooiste dag van mijn leven,’ zei de man tegen me, ‘Dat was nog eens vooruitgang.’


Groentje